Eerste jaar

De opleiding Verpleegkunde is verdeeld in vier themablokken. In het eerste jaar zijn die blokken gericht op de algemene gezondheidszorg (AGZ), verstandelijk gehandicaptenzorg (VGZ) en ouderenzorg. Bij elk thema hoort een aantal praktijk- en theorievakken. Veder ontwikkel je verschillende vaardigheden.

Met name het eerste blok heeft een oriënterend karakter: je maakt kennis met de vijf rollen die een verpleegkundige heeft: zorgverlener, regisseur, coach, ontwerper en beroepsbeoefenaar. In het vierde blok ga je echt aan het werk: je loopt stage, leert hoe het er echt aan toe gaat en ontdekt zo of het vak bij je past.


Vakken
Vanzelfsprekend volg je het vak verpleegkunde, want daar draait het om. Maar ook vakken als geneeskunde, recht, ethiek, gedragswetenschappen en verpleegkundig rekenen. De theorie pas je toe in de praktijk. Dat betekent dat tijdens de lessen altijd de verbinding wordt gezocht met de verpleegkundige praktijk.

Vaardigheden
Om het vak van verpleegkundige goed te kunnen uitoefenen doe je niet alleen theoretische kennis op, maar leer je ook sociale en technische vaardigheden. Je leert bijvoorbeeld:
 
  • verpleegtechnische handelingen uitvoeren, zoals wondverzorging, medicatie toedienen en infusen aanleggen
  • sociale vaardigheden, zoals slechtnieuwsgesprekken voeren, met dementerenden communiceren en met collega-verpleegkundigen en artsen overleggen
  • reflecteren over je ervaringen, handelen, gedrag, gevoelens en keuzes in je beroepsuitoefening

Werkvormen
Theorie en vaardigheden krijg je onder de knie in verschillende werkvormen. Denk aan individuele en groepsopdrachten, hoorcolleges, excursies en studentbegeleiding. Verder loop je verschillende stages. Ofwel: je voert Comakerships uit. In het eerste jaar is het Comakership gericht op de verstandelijk gehandicaptenzorg, ouderenzorg en het ziekenhuis.