Maatwerk en onderwijskwaliteit
In brede zin hebben de activiteiten van het lectoraat en de kenniskring betrekking op het verbeteren van de kwaliteit van het primair onderwijs. Belangrijke vraag is natuurlijk wat precies onder kwaliteit wordt verstaan. Wat is een goede school of een goede docent? Of breder geformuleerd: wat is eigenlijk goed onderwijs?
Over wat goede onderwijskwaliteit is wordt vaak zeer verschillend gedacht. Toch is kwaliteitszorg al lange tijd een belangrijk aandachtsgebied in alle vormen van onderwijs. Aangezien kwaliteitsverbetering veelal het centrale motief is voor onderwijsverandering en –innovatie, is het van belang helder te krijgen welke kwaliteitsaspecten daarbij een rol spelen.
Vijf kwaliteitsaspecten
Om meer grip te krijgen op het begrip kwaliteit worden er vijf kwaliteitsaspecten nader gedefinieerd:
- doelen en functies
- inhoud
- processen
- leeropbrengsten
- personele en materiële voorzieningen.
Het betreft hier een brede invulling van het begrip kwaliteit dat gebruikt kan worden als denk- en analysekader richting onderwijspraktijk. Het spreekt vanzelf dat veranderingen in het onderwijs gericht kunnen zijn op één of meer van deze kwaliteitsaspecten. Per kwaliteitsaspect worden centrale vraagstellingen geformuleerd die binnen de kenniskring van het lectoraat of de opleiding onderwerp van studie of onderzoek kunnen zijn.
Kwaliteitsaspect 1: doelen en functies
Kwaliteit afgemeten aan doelen en functies stelt de vraag centraal of de onderwijsdoelen die de school nastreeft in overeenstemming zijn met de maatschappelijke functies die het onderwijs heeft. Het kan dan gaan om een algemeen vraagstuk als de verhouding tussen de cognitieve en niet-cognitieve (algemene) vorming van leerlingen op school.
Maar ook de discussie over wat leerlingen aan het eind van het basisonderwijs precies moeten kennen en kunnen valt binnen dit kwaliteitsaspect. Een voorbeeld betreft het onlangs uitgebrachte advies van de commissie Meijerink om de kerndoelen voor het basisonderwijs specifieker vast te leggen (Expertgroep doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen, 2008). Volgens de commissie zijn de huidige kerndoelen in het onderwijs zo vaag en algemeen dat de kans groot is dat scholieren deze vaardigheden onvoldoende aangeleerd krijgen.
Kwaliteitsaspect 2: inhoud
Het kwaliteitsaspect inhoud betreft het domein van de leerstof, al dan niet geordend in vakken of leerdomeinen. Het gaat dan over de vraag wanneer en wat een school haar leerlingen aan kennis, inzichten, attituden en vaardigheden wil aanleren. Illustratief is de recentelijk opgeroepen vraag naar de wenselijkheid om kinderen al vanaf de kleutergroepen in contact te brengen met Engels of Frans.
Kwaliteitsaspect 3: processen
Het aspect processen heeft betrekking op de vraag of de school en de leerkrachten erin slagen om een zodanig pedagogisch-didactisch klimaat te creëren dat de leerlingen bereid en in staat zijn te leren. Vaak wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen de primaire en secundaire processen.
Primaire processen hebben betrekking op het lesgeven in de groep (bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde leermiddelen en didactiek), terwijl de secundaire processen gerelateerd zijn aan de processen op schoolniveau (zowel de schoolorganisatie als de onderwijsorganisatie). Bij dit kwaliteitsaspect kan het gaan om zeer diverse kwesties, zoals vraagstellingen met betrekking tot de onderlinge interactie tussen leerkracht en leerling, een goede leerlingbegeleiding of het realiseren van een goed schoolklimaat. Een recent voorbeeld met betrekking tot het belang van een goede leerkracht-leerling interactie is de lectorale rede van Damhuis, waarin een pleidooi gehouden wordt voor de centrale rol van kwalitatief hoogwaardige interactie binnen taalbeleid.
Kwaliteitsaspect 4: leeropbrengsten
Het vierde aspect van kwaliteit gaat over het bereikte effect van onderwijs in termen van leeropbrengsten. Het gaat dan om de vraag of een school de leerlingen wel voldoende heeft bijgebracht ten aanzien van (maatschappelijk of individueel) gestelde leerdoelen. Zo zijn de periodieke peilingen van het onderwijsniveau een goed voorbeeld van kwaliteitsbewaking door de overheid.
Kwaliteitsaspect 5: personele en materiële voorzieningen
Tenslotte betreft het vijfde aspect van kwaliteit de personele en materiële voorzieningen waarmee de onderwijsleerprocessen tot stand moeten komen. Het gaat dan om vraagstukken met betrekking tot bijvoorbeeld klassengrootte, beschikbare leermiddelen, ict-voorzieningen of de aanwezigheid van ondersteunend personeel. Ook vraagstukken naar het functioneren van de school als arbeidsorganisatie en de functiedifferentiatie van leerkrachten vallen binnen dit kwaliteitsaspect.
Zwaartepunt lectoraat: processen en leeropbrengsten
Hoewel het onderzoek vanuit de kenniskring of door studenten in het kader van hun opleiding in beginsel betrekking kan hebben op de vijf onderscheiden aspecten van onderwijskwaliteit, ligt binnen het lectoraat een zwaartepunt bij de aspecten processen en leeropbrengsten. Vanwege de centrale positie en het functioneren van de (individuele) leerkracht ten aanzien van deze twee aspecten, zullen zowel studenten als stagescholen zich snel kunnen herkennen in de bijbehorende centrale vraagstellingen.
Onderscheid probleemgebieden: cognitief en gedragsproblemen
Zonder te streven naar volledigheid worden voor de aspecten processen en leeropbrengsten enkele velden onderscheiden waaraan binnen het lectoraat en de kenniskring aandacht zal worden besteed. Voor wat betreft de problematiek op leerlingniveau wordt een onderscheid gemaakt tussen:
-
- problemen in het cognitieve domein (e.g. taalachterstanden, dyslexie, rekenproblemen), de aanpak van hoogbegaafden
- de omgang met leerlingen die gedragsproblemen hebben (concentratiestoornissen, sociaal-emotionele stoornissen, ADHD, autistisch spectrum)
Potentiële talenten benutten
In samenspraak met de leden van de kenniskring moet hier een nadere invulling aan worden gegeven, afhankelijk van de vraag wat er al gebeurt en wat er nog moet gebeuren. Centrale doelstelling daarbij is dat de potentiële talenten van leerlingen benut worden.
Aandachtsvelden cognitieve domein
Aandachtsvelden ten aanzien van het cognitieve domein voor het aanbieden van maatwerk betreffen in de eerste plaats het taal-, lees- en rekenonderwijs (kerncurriculum).
Voor het taalonderwijs zal onder andere gekeken worden naar de vormgeving van de voor- en vroegschoolse educatie en de aansluiting op het leesonderwijs in groep drie. Daarnaast zal vanuit het lectoraat en de kenniskring systematisch onderzoek gedaan worden naar het wegwerken van achterstanden bij leerlingen met leesproblemen en het adequaat diagnosticeren van dyslexie.
Tegelijkertijd zal aandacht worden besteed aan de problematiek van de afstemming van het technisch en begrijpend leesonderwijs. Op soortgelijke wijze als bij het lees- en taalonderwijs wordt ook gekeken naar leerachterstanden bij het rekenonderwijs. Bij de problematiek voor het lees-, taal- en rekenonderwijs gaat speciale aandacht uit naar de invloed van specifieke kenmerken van leerlingen op hun prestaties (taalachtergrond, thuissituatie, motivatie), en naar kenmerken van het onderwijsaanbod en het schoolklimaat.
Aandachtsvelden gedragsproblematiek
Daarnaast zal het lectoraat een kennis- en onderzoekslijn uitzetten ten aanzien van een meer maatgerichte aanpak van hoogbegaafden en leerlingen met gedrags- en concentratiestoornissen. Deze leerlingen hebben bij uitstek een grote impact op het klassenmanagement en doen een sterk beroep op de pedagogisch-didactische kwaliteiten van de leerkracht.
Bij de problematiek op leerling-niveau zal ook gekeken worden naar de positie van ouders van zorgleerlingen en hun relatie met de school. Een goede aanpak op maat vraagt om regelmatig contact tussen ouders en school. Zo moet er bijvoorbeeld afstemming plaatsvinden tussen de gehanteerde aanpak thuis en op school. Bovendien moeten ouders en school zich samen beraden in geval de mogelijkheden van de school tekortschieten.
Literatuur
-
- Damhuis, R. (2008). Gesprekken zijn de spil van onderwijs; Taalbeleid in uitvoering. Utrecht: Marnix Academie
- Expertgroep doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen (2008). Over de drempels met Taal en Rekenen. Enschede: SLO
- Lagerweij, N., & Lagerweij-Voogt, J. (2004). Anders kijken; De dynamiek van een eeuw onderwijsverandering. Antwerpen: Garant
- Onderwijsraad (2008). Vreemde Talen in het onderwijs. Den Haag
- Peetsma, T., & Blok, H. (2007). Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid; het integrale eindrapport. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut
- Schoot, F. van der (2008). Onderwijs op peil? Een samenvattend overzicht van 20 jaar PPON. Arnhem: Cito
- Vermeulen, M. (1997). De school als arbeidsorganisatie; Schoolorganisatiekenmerken personeelsbeleid. Amsterdam: UvA