Henk Hagoort: Stap voor stap ons onderwijs ‘on demand’ maken

Henk Hagoort is sinds september 2016 voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Windesheim. In zijn blogs vertelt hij meer over zijn visie op onderwijs.

Laat student zelf tempo bepalen
Onderwijs on demand
Alleen maar witte juffen voor de klas

Laat student zelf studietempo bepalen

Begin september startten meer dan 100.000 nieuwe studenten een hbo-opleiding. Dat is prachtig, maar we weten nu al dat meer dan 30.000 van hen het tweede jaar van hun opleiding niet halen. Zij vallen in het eerste jaar uit. En maar 40% van de nieuwe eerstejaars haalt binnen de vastgestelde vier jaar een hbo-diploma.

Dit zijn zorgelijke cijfers. Tegelijk wordt uit onderzoek duidelijk dat het aantal studenten met psychische klachten, stress en burn-outs toeneemt. Hoe toegankelijk is het hoger onderwijs eigenlijk? Minister Van Engelshoven heeft een flinke steen in de vijver gegooid door aan te kondigen het bindend studieadvies te versoepelen. Studenten hoeven wat haar betreft nog maar 40 van de 60 studiepunten te halen om door te mogen naar het tweede jaar.

Het bindend studieadvies is volgens de Wet op het Hoger Onderwijs bedoeld om studenten die “niet geschikt moeten worden geacht voor de opleiding” te kunnen afwijzen. Het is dus niet bedoeld als een instrument om – zoals Bert van der Zwaan in NRC Handelsblad schreef – “studentenstromen te beheersen”.

De vraag is wel hoe bruikbaar een generieke norm als het aantal studiepunten is om de geschiktheid van studenten voor hun opleiding te beoordelen. Geeft dat elke student een eerlijke kans? De minister vraagt daar terecht aandacht voor. Maar de oplossing is geen nieuwe generieke norm. Als we echt iets willen doen aan gelijke kansen, studiestress en toegankelijkheid, dan moeten we fundamenteler het huidige onderwijssysteem ter discussie stellen.

Nu is het onderwijs zo ingericht dat een student zich inschrijft voor een programma van vier jaar, met als doel in dat voorgeschreven tempo een diploma te halen. Studenten die langer in het systeem blijven worden namelijk voor de instellingen een ‘kostenpost’ omdat de subsidie van de overheid na vier jaar stopt. Zelf blijft de student overigens voor de hele looptijd van zijn studie het volledige collegegeld betalen.

Tegelijk weten we dat er allerlei goede redenen zijn voor studenten om in een ander tempo te willen studeren. Zo is bij Windesheim 7% van de studenten mantelzorger, heeft 5% een eigen bedrijf, heeft 13% een zogenaamde ‘functiebeperking’ en combineren velen hun studie met een baan of bestuurswerk. Allemaal redenen om niet voor het volledige aantal van 60 punten te gaan. En al helemaal zonde als je daardoor oploopt tegen een bindend studieadvies en met je opleiding moet stoppen.

Mijn ideaal is een onderwijssysteem dat studenten de ruimte geeft in eigen tempo te studeren. In dat geval stelt de student zelf – in overleg met de opleiding – vooraf vast hoeveel studiepunten hij of zij in dat jaar kan en wil gaan halen. Uit onderzoek weten we dat dit studenten meer motiveert dan een door de instelling opgelegd aantal punten. Bij Hogeschool Windesheim zijn we hier al mee begonnen. Binnen het experiment “Flexstuderen” bepalen studenten zelf hoeveel punten ze gaan halen én betalen ze per afgesproken studiepunt in plaats van het volledige collegegeld. Wel zo eerlijk!

De discussie die de minister heeft aangezwengeld moet daarom niet gaan over een nieuwe generieke norm, maar over instrumenten die het studenten mogelijk maakt in eigen tempo te studeren én te betalen c.q. te lenen voor hun studie. Dat is eerlijker, geeft studenten meer regie en daarmee minder stress.


Onderwijs on demand

Of ik in een gespreid bedje terecht ben gekomen, vroeg een journalist kort na mijn aanstelling bij Windesheim. Een logische gedachte: we scoren hoog in de ranglijsten van HBO Keuzegids en Elsevier, gemiddeld genomen zijn onze studenten tevreden, de docenten betrokken en de kwaliteit van het onderwijs goed. En toch, van een gespreid bedje zou ik niet willen spreken.

In een gespreid bedje blijf je het liefst zo lang mogelijk liggen en dat kunnen we ons niet veroorloven. Ik zie het vooral als een uitstekende uitgangspositie om ons vizier op de toekomst te richten.

Persoonlijk en flexibel

En dat is hard nodig. Het onderwijssysteem in Nederland is de afgelopen decennia nauwelijks veranderd: het is nog steeds ingericht als een 19e-eeuwse leerfabriek waar studenten op de lopende band worden gezet. Een deel valt af en een deel haalt aan het eind een diploma. Sommige opleidingen leiden studenten op voor beroepen waarvan je je kunt afvragen of ze over vijf jaar nog bestaan. De wereld om ons heen verandert in een razend tempo en als hogeschool moeten we daarop inspelen, anders worden we ingehaald.

On demand

Persoonlijk en flexibel onderwijs is een belangrijk deel van ons antwoord hierop en staat centraal in het nieuwe Instellingsplan van Windesheim, waar we momenteel de laatste hand aan leggen. Nadenkend over de vraag hoe we nog persoonlijker en flexibeler kunnen zijn, gaan mijn gedachten terug naar mijn vorige functie bij de NPO, waar een vergelijkbaar vraagstuk speelde. Omroepen moesten inspelen op concurrenten die hun aanbod online en ‘on demand’ presenteerden. Kijkers konden ineens televisie kijken waar en wanneer ze wilden. Een hele serie werd gelijk online geplaatst in plaats van iedere week een aflevering. Ook in andere sectoren is ‘on demand’ inmiddels de standaard: denk aan verzekeringspakketten en mobiele telefonie op maat. Vanuit eenzelfde gedachte zie ik ook ‘onderwijs on demand’ voor me.

Mijn ideaalbeeld daarbij is dat je bij Windesheim niet begint aan een studie, maar aan een loopbaan. Het curriculum is in mijn ogen de uitkomst van de ideale match tussen het individuele talent van elke student en de behoefte van het toekomstige werkveld. Dat zelf samengestelde curriculum is daarmee persoonlijk, met de docent als onmisbare schakel tussen student en werkveld. On demand betekent voor mij niet dat studenten een pretpakket kunnen samenstellen. Het is ook meer dan vraaggestuurd onderwijs zoals dat vroeger is geprobeerd. Het is een palet aan modules en vakken dat studenten de mogelijkheid biedt om combinaties te maken die aansluiten bij hun unieke talenten en bij de vraag van de arbeidsmarkt van de toekomst, waar nieuwe beroepen ontstaan en oude verdwijnen. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat je studietijd niet ophoudt als je je bachelordiploma gehaald hebt: blijven leren naast je baan is straks nog nadrukkelijker de norm.

Regelruimte

Ik realiseer me goed dat we dit niet van de ene op de andere dag gerealiseerd hebben. We geven nog veel klassikaal les, de roostersystemen sluiten nog onvoldoende aan op de toekomst en de roosters en curricula van de opleidingen zijn beperkend. We innoveren wel binnen de huidige curricula, maar er is nog te weinig sprake van uitwisseling onderling. Om over de bijbehorende regels, wetgeving en bekostiging van ons onderwijs nog maar te zwijgen. Laten we het daarom een stip op de horizon noemen, waar we de komende tijd naartoe werken.

Graag ga ik met iedereen die het hoger onderwijs een warm hart toedraagt, binnen en buiten Windesheim, het gesprek hierover aan. Hoe kunnen we stap voor stap ons onderwijs uitdagend, persoonlijk en flexibel maken? Met oog voor inclusiviteit en duurzaamheid. En wat hebben we hiervoor nodig, ook bijvoorbeeld vanuit Den Haag? Met de nieuwe minister van Onderwijs moeten we als sector in gesprek over meer regelruimte voor innovaties en experimenten, zodat we stap voor stap ons onderwijs ‘on demand’ kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan een flexibeler bekostigingssysteem of het inkorten van opleidingen voor werkenden om verder studeren interessanter en toegankelijker te maken.

Henk Hagoort
Voorzitter College van Bestuur Windesheim

Lees ook het interview met Henk Hagoort in Het Financieele Dagblad


Alleen maar witte juffen voor de klas

Over een paar jaar dreigt er een tekort aan leraren in het basisonderwijs als gevolg van de toelatingstoetsen om aan de pabo te mogen beginnen. De leraren die we dan nog hebben, zullen vooral witte juffen zijn. Meer inspanningen zijn nodig om jongens en jongeren met een migratieachtergrond dat extra zetje te geven dat ze nodig hebben.

Goednieuwsshow

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker had deze week (februari 2017, red.) in een brief aan de Tweede Kamer goed nieuws over de pabo’s in Nederland: nadat de instroom van studenten vorig jaar als gevolg van de toelatingstoetsen fors was gedaald, is er dit studiejaar sprake van een stijging met ruim acht procent. Ook ziet de minister dat er minder uitvallers in het eerste jaar zijn en dat het studiesucces – met name onder studenten met een mbo-vooropleiding – sterk is verbeterd. Onze inspanningen werpen hun vruchten af, schrijft de minister.

Minister Bussemaker gaat met deze ‘goednieuwsshow’ echter wel erg gemakkelijk voorbij aan een onderliggend probleem. Door de invoering van de toelatingstoetsen is de instroom vanuit het mbo flink afgenomen. Dit verklaart ook waarom de minister nu mooie cijfers over het studiesucces van studenten met een mbo-achtergrond kan presenteren: het zijn er namelijk nog maar een paar. De rest heeft de toelatingstoets niet gehaald of durft zich niet aan te melden voor de pabo, uit angst de drempel niet te halen. Een grote groep potentieel goede leraren gaat hierdoor verloren. Een groep die, soms met extra begeleiding tijdens de opleiding, prima in staat is de pabo succesvol af te ronden.

Pabo’s minder divers

Zonder gewijzigd beleid van selectie aan de poort zijn er over een paar jaar niet genoeg leerkrachten in het basisonderwijs. De minister redeneert overigens dat dat meevalt. De kleinere instroom wordt volgens haar gecompenseerd door de lagere uitval. Uit de prognoses blijkt echter dat het allerminst zeker is dat er voldoende pabo-studenten afstuderen.

Tweede punt van zorg is of we straks voldoende leraren hebben die qua diversiteit een afspiegeling vormen van de maatschappij. De huidige aanpak leidt ertoe dat we voornamelijk witte juffen opleiden. Iets waar minister Bussemaker zich overigens ook bewust van is. In haar Kamerbrief van oktober 2016 over ‘gelijke kansen in het onderwijs’, schrijft zij: “We zien dat gemotiveerde en getalenteerde aspirant-leraren met een migrantenachtergrond zich vaker ten onrechte laten ontmoedigen om voor een opleiding met extra toelatingseisen zoals de pabo te kiezen. De samenstelling op de pabo’s is, met name in de grote steden, steeds minder divers.”

Pre-pabo

Nu, drie maanden later, lijkt de minister liever alleen de positieve kant van de medaille te willen belichten. Trots presenteert zij de mooie cijfers van dit studiejaar over groei en studiesucces, maar daarbij gaat zij te gemakkelijk voorbij aan de problematiek van het lerarentekort en het gebrek aan diversiteit. Daarom doen wij een dringende oproep aan de minister om de daad bij haar eerdere woorden te voegen en te blijven stimuleren dat we in de toekomst voldoende leraren hebben uit alle bevolkingsgroepen.

Een mogelijke oplossing is een experiment dat de ‘Pre-pabo’ wordt genoemd: een traject van een half jaar dat erop gericht is om met name mbo’ers beter voor te bereiden op de pabo, zodat zij aan de toelatingseisen kunnen voldoen en de opleiding met succes kunnen afronden. In Zwolle zijn de drie instellingen met pabo-opleidingen (Katholieke Pabo Zwolle, Hogeschool Viaa en Hogeschool Windesheim) met de ROC’s in de omgeving in gesprek hoe we hier invulling aan kunnen geven. Als collegevoorzitters nodigen wij de minister van harte uit om deze handschoen samen met ons op te pakken. 


Over Henk Hagoort

Henk Hagoort is sinds september 2016 voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Windesheim. Daarvoor was hij voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO en algemeen directeur van de EO. Hij begon zijn loopbaan in het hoger onderwijs als docent en onderzoeksmedewerker bij onder meer de Universiteit Utrecht. Daarna is hij betrokken gebleven bij de ontwikkelingen in het onderwijs via zijn rol als voorzitter van de Raad van Toezicht van Kennisnet en lid van de Raad van Toezicht van CPS Onderwijsontwikkeling. Hagoort woont met zijn gezin in Ermelo: precies tussen de twee locaties van Windesheim in Zwolle en Almere in.

Henk Hagoort

Henk Hagoort

Voorzitter College van Bestuur

Contact opnemen?

E-mail
h.hagoort@windesheim.nl