Hogeschool Windesheim Flevoland Minor Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen

Minor Kinderen met specifieke taalontwikkelingsstoornissen

Welke hulp kun je bieden aan kinderen met een specifieke taalontwikkelingsstoornis en wie betrek je daarbij? Dat leer je in de minor Kinderen met specifieke taalontwikkelingsstoornissen.

Schrijf je in voor deze minor

Inhoud minor

Uit recente cijfers blijkt dat 5 tot 7% van de schoolgaande kinderen een specifieke taalontwikkelingsstoornis heeft. Vaak wordt deze pas laat ontdekt, omdat het meestal stille kinderen zijn waar men geen ‘last’ van heeft. Juist deze kinderen hebben hulp nodig in de kritieke leeftijd van de taalontwikkeling (tussen 0-7 jaar).

Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen hebben moeite met taal. Ze beginnen bijvoorbeeld laat met spreken, zijn onverstaanbaar of hebben op latere leeftijd moeite met vertellen of het gebruik van werkwoorden. Een taalontwikkelingsstoornis is een onzichtbare handicap. Bij een specifieke taalontwikkelingsstoornis heeft het kind een normaal gehoor en een normale ontwikkeling en intelligentie.

Maar welke hulp kan er geboden worden bij een specifieke taalontwikkelingsstoornis? Hoe kunnen ouders een rol spelen in de ontwikkeling van hun kind? Kan het kind twee- of meertalig worden opgevoed? Hoe verloopt de leesontwikkeling? Hoe kan het onderwijs aansluiten bij de behoefte van het kind? Deze vragen komen aan bod in deze minor. Daarnaast kijken we naar stoornissen die samen kunnen gaan met een taalontwikkelingsstoornis, zoals dyslexie en gedragsstoornissen.

‘Pak de trein en zie de minor als een uitstapje waarmee je je horizon verbreedt’ – Myrthe (Hogeschool Rotterdam), minorstudent Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen

‘Ik studeer zelf Social Work in Rotterdam. Hier woon ik sinds een jaartje op mezelf. Elke donderdagochtend pak ik nu de trein richting Almere, waar ik als vierdejaars de minor Kinderen met specifieke taalontwikkelingsstoornissen volg. Alhoewel je Almere natuurlijk niet kunt vergelijken met de Maasstad, moet ik wel bekennen dat je hier supergoed kunt shoppen! Maar dat was niet de reden dat ik voor deze minor koos. Voor mij was de inhoud ervan bepalend: een minor die ik nergens anders ben tegengekomen en waarvoor ik graag één keer in de week wat extra kilometers maak.’

'Minder reistijd door een ‘blended’ minor'

'Al valt het met die extra kilometers wel mee door de ‘blended learning’-opzet van de minor. Dat betekent dat je maar één dag in de week in Almere hoeft te zijn, terwijl je daarnaast (online) veel thuis doet. Als je dus ergens anders studeert en niet om de hoek woont, is dit superhandig. Wel wordt er een groot beroep gedaan op je zelfstandigheid. Dat kan in het begin lastig zijn als je net als ik de minor volgt vanuit een andere studie dan de opleiding logopedie. Voor niet-logopediestudenten is de stof toch een stuk minder herkenbaar. Dus je alvast een beetje inlezen aan de hand van wat literatuurtips kan zeker geen kwaad!'

Minor Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen'Minor Social Work of logopedie?'

'Dat de leerstof nieuw zou zijn voor mij, daar koos ik eigenlijk bewust voor. In de minors waar ik eerst naar keek, kwam toch een deel van de stof terug die ik al ken uit de afgelopen drie jaar. Ik dacht: leuk voor een keuzevak, maar niet voor een minor van een halfjaar. Daarom ben ik mij breder gaan oriënteren en kwam ik uit op een interesse die ik al heel lang heb: taal én kinderen. Ik koos dus niet voor een minor waarbij ik mij zou verdiepen in een onderwerp dat ik in de basis al ken, maar juist voor een ‘uitstapje’: in figuurlijke zin omdat ik nu kennismaak met een ander vakgebied én letterlijk omdat ik een tijdje ergens anders studeer.'

'Verschillende studieachtergronden in één minor'

'Van mijn keuze heb ik zeker geen spijt. Je studeert aan een kleine hogeschool waar je als ‘buitenstaander’ snel je weg vindt en goed wordt opgevangen. Ook kwam ik terecht in een gemêleerd groepje van Social Work-, logopedie- en pabostudenten. Leuk te zien dat je snel merkt of iemand logopedie studeert of juist een sociale studieachtergrond heeft. De één is wat feitelijker, terwijl de ander meer gewend is er allerlei visies bij te betrekken. Je vult elkaar dus mooi aan! Waar ik ook veel van geleerd heb, is dat je de praktijk ingaat. Je volgt een kind met een taalontwikkelingsstoornis op school. Vooral voor niet-logopedisten is dit waardevol, omdat je echt ziet wat een taalontwikkelingsstoornis inhoudt.'

'En nu … verder met taal?'

'Voor mijzelf heeft deze minor bij Windesheim in Almere mijn interesse in taal versterkt. Niet alleen wil ik straks afstuderen op een onderzoek naar hoe je op peuterspeelzalen taalontwikkeling kunt stimuleren, ook is de kans groot dat ik via een examencommissie wil gaan checken of ik misschien toelaatbaar ben tot een master gericht op taalontwikkeling. In dat opzicht kan een minor buiten je vakgebied je horizon dus echt verbreden!'

Leerdoelen

De minor bereidt je voor op het werken met kinderen met een taalontwikkelingsstoornis of met hun omgeving, zoals ouders, leerkrachten en medewerkers van een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Je bent na het volgen van deze minor in staat om activiteiten op te zetten als expert op het gebied van taalontwikkelingsvragen.

Modulen

In de minor werken we aan de volgende onderwerpen:

  • het signaleren van taalachterstanden en preventieve zorg
  • verwijstrajecten in de zorg
  • specifieke taalontwikkelingsstoornissen
  • Nederlands als tweede taal
  • dyslexie
  • passend onderwijs
  • taal- en leesonderwijs
  • effectiviteit van taalbehandeling en -begeleiding

Voor wie?

Studenten van de opleiding Logopedie, Pedagogiek, SPH, MWD, Social Work of Pabo met een bijzondere interesse in kinderen bij wie de taalontwikkeling niet vanzelf gaat.

Toetsing

  • presentaties
  • literatuurstudie
  • werkveldonderzoek
  • vaardigheidsopdrachten
  • eindassessment

Rooster (Blended learning)

De minor vindt plaats in de vorm van Blended learning. Dit betekent dat je één dag in de week naar Windesheim in Almere komt voor theoretische vakken en begeleiding en dat je daarnaast zelfstandig werkt aan online modulen en praktijkopdrachten.

Overige bijzonderheden

Locatie: Almere
Onderwijsperiode: semester 1
Niveau: bachelor
Aantal EC: 30
Onderwijsvorm: Blended learning
Voertaal: Nederlands
Instapeisen: n.v.t.
Selectieprocedure: n.v.t.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Sophia Wilkens-Faber, sc.wilkens-faber@windesheimflevoland.nl.